Terug naar hoofdmenu

Scheepsjournaal van een klein ramp

Er was eens een groepje mannen, dat meende dat ze samen een rederij moesten beginnen en een vlaggenschip moesten bouwen, hetgeen geschiede, men stichtte een rederij de MPF (Maatschappelijk Profijt Fortuyn) en toonde hun lef.

Al in het prille begin ging het met daverend geweld vooruit, de andere reders schrokken zich letterlijk dood en men bouwde een fenomenale schuit, groot en sterk, ze leek wel bijna onzinkbaar en het succes trok allerhande bemanning aan en iedereen deed zijn best en trok eraan, want men was trots om tot het uitverkoren legioen van deze rederij te horen.

Daar was dan het schip, groot en brutaal van bouw, iedere nautische wet tartende, aan boord werd van alles gestouwd, de schuit werd volledig vol gebouwd en tot op het laatste moment werd aan haar lijnen en verschijning nog gebouwd en aan de bemanning gewerkt.

Toen begon de tegenslag, de naamgever en kapitein werd lafhartig vermoord, maar iedereen bleef aan boord en men besloot ook zonder hem te gaan uitvaren, ook al waren er meteen al wat mitsen en maren, men hoopte met gebruik te maken van zijn oude scheepsjournalen toch de goede koersen te gaan varen.

Opnieuw kwam er tegenslag, door de heisa en soesa van het begin, waren de kosten gestegen, ook kwam men meer en meer weerstand tegen en dus verdwenen de medeoprichters van de rederij één voor één, soms onder dwang, gewoon soms waren ze bang en zo kwam er dan een nieuwe ploeg die het roer letterlijk overnam.

De glans was er toen al vanaf, maar men stak toch van wal en zette een koers uit, men ging met andere reders samenwerken, wilde zo de eigen positie versterken, maar de éénheid die eerst zo beslissend was, bleek niet aanwezig te zijn, dat was deels de ondergang van deze lijn.

De koers en doelen leken strategische haalbare punten, maar men had niet het inzicht en het verstand van de vermoorde kapitein, men zag niet de gevaarlijke klippen en de verraderlijke ondieptes en al helemaal niet was men doordrongen van zijn ideaal, de schuit te besturen en te richten op en met het eigen kapitaal.

Met drieste hand maakte men schoon schip, wie niet voor de nieuwe lijn en koers was mocht vertrekken, je zag de eerste problemen al, enkele oude opvarenden begonnen al snel een eigen lijn, want ze vonden deze niet meer fijn en ook niet passen bij hun beeld van de kapitein die met zijn grappen en grollen menigeen schaterlachend over de kade deed rollen.

Een voor één gingen de officieren en onderofficieren van boord, zei die onder hem dienden en vele tranen grienden, namen het besluit, kom we verlaten die schuit, ze werden vervangen door minder gedreven lieden, zo kwamen er deuken en blutsen op het vlaggenschip en ze was nog maar nauwelijks begonnen aan haar trip.

Ondanks alles zag het er oppervlakkig veelbelovend uit, maar aan boord van die grote schuit was het een komen en gaan van lieden, mensen boden zich aan, niet meer vanwege een ideaal maar omwille van de promotie kansen en de mogelijkheid van een snelle nautische carrière.

Normaal doe je er tientallen jaren over om in dit metier promotie en carrière te maken, maar bij deze nieuwe ploeg kon je veel sneller aan de top geraken, snel waren de doelen en idealen vergeten, open en transparant werken, heldere en duidelijke afspraken, men zat keer op keer in zwaar weer en het wilde maar niet rustig raken.

Het schip betaalde zijn tol, het was ineens te vol, men gooide rigoureus de deklast overboord, niet door enige kennis gestoord, werden er gaten in de ruimen geboord, waardoor men de stank en rottigheid eveneens overboord wilde laten zetten en er kwamen meer en meer belangrijke petten, die men dan weer opnieuw overboord wilde zetten.

De koers die moest worden uitgezet was in één woord doodgewoon pet, men trok een nieuwe man aan, hij heette SNEL die kon de oude kapitein nog wel, had hem ooit eens op een trap zien staan en kende hem van naam.

Ze hadden trouwens ook hetzelfde vak geleerd, dus ook dat was niet verkeerd, opgelucht haalde men adem, nu zouden de dingen beter gaan lopen, want het werd vanaf nu wetenschappelijk onderbouwd en de overgebleven bemanning klampte zich aan deze reddingsboei vast, men kreeg nu zelfs heldere werkcommissies.

De kapitein, veel te jong heengegaan, zou dat nimmer zo hebben gedaan, die zag het kapitaal dicht om zich heen, maakte gebruik van het enthousiasme van zijn bemanning en gebruikte dat als hefboom om de anderen reders de klanten af te snoepen en voelde zich nauwelijks tot samenwerken geroepen, want éérst moest de boel op orde en aan de basis worden veranderd, voordat hij in een baai zou hebben geankerd.

Meer en meer werd er met grof geweld en zonder diplomatie of mensenkennis gereageerd, wie niet voor was, was tegen en zo heeft menigeen het lid op de neus gekregen, want nu verlaten ook de laadagenten en stuwadoors in onvrede, nors en kwaad deze rede.

Keer op keer ramde en schampte deze ééns zo mooie en hoopvolle grande dame de klippen en de kade’s, keer op keer liep zij schade op en was er helemaal niemand aan de top die zei op tijd STOP. We gaan op de golven rustig deze storm uitrijden, we wachten op betere tijden, men bleef iedere keer ramkoersen varen en tegenstrijdige bevelen geven.

Meer knopen, omwentelingen met die schroef, dan weer was het volle kracht achteruit wat men vroeg, of was verplicht het schip te verlaten omdat men vermeend kritiek zou hebben gehad en het team aan de wal, dat was een apart geval, soms hoorden je duidelijke berichten en dacht je dat zij zouden bijdragen om het anker te lichten, dan weer bleven zij stil of gingen ertoe over om anderen van verkeerde interpretatie te betichten.

Het schip ondertussen lek, gedeukt en geblutst, met aan boord alleen nog een noodbemanning, alle sloepen verbrand of verloren, moet nu in deze staat proberen het succes te scoren wat bij de MPF zou moeten horen, men wenst het noodsein niet het hijsen, want tegen beter weten in, hijst men keer op keer weer de Blauwe Peter, alleen varen ze nauwelijks nog een meter.

Langs de kant staan de stuurlui met hun commentaar, maar geen één kon de oude kapitein vervangen, wel is er nog kans op een eerherstel en meer glorie, dan dient zich een kaapbemanning aan te melden, kerels van stavast, die de boel lostrekken, de boel beredderen en met een hooi/strooi de dekken zwabberen, de schuit weer optuigen, dan en dan alleen heb je kans, dat de mensen komen die haar toejuichen, de MPF krijgt dan weer nieuwe lef.


Terug naar boven Webstats4U - Gratis web site statistieken Eigen homepage website teller Webstats4U - Gratis web site statistieken Eigen homepage website teller Webstats4U - Gratis web site statistieken Eigen homepage website teller