Ooit trokken de priesters de wereld in om de mensheid te kerstenen, men sloot zich bij ontdekkingsreizigers aan, volgden wereldveroveraars en zegenden de “heidenen” en paste het geloof aan, aan de plaatselijke rituelen, zo werd de nieuwe wereld onder de invloedssfeer van het Vaticaan en het christelijke geloof gebracht.
Men doopte soms hele continenten en deelde cadeaus uit om de zieltjes te winnen, want het maakt niet of nauwelijks uit of men het geloof ook daadwerkelijk aanhing en geloofde, als men maar christelijke bolwerken en missieposten konden openen en aanspraak kon maken op de invloedssfeer in de betreffende gebieden.
Heden ten dage vallen wij onder een nieuwe vorm van agressief werven van gelovigen, alleen komen nu de veroveraars en ontdekkingsreizigers niet als eerste, maar het grondpersoneel, dat zich nestelt in de lege achterstandswijken, de achterbuurten bevolken en de binnensteden overnemen, om vervolgens gevolgd te worden door hun geestelijke leiders.
Ongemerkt ontstonden er enclave’s van gelovigen die steun zochten voor hun religieuze afkomst en ontheemd zijn, want men bleef volharden in de oude nationale tradities, gewoonten en morele wetten en plichten, dus had men behoefte aan geestelijke bijstand en sturing in deze voor hen verdorven en totaal andere wereld.
Onze overheden stonden hen dat toe, men stelde gebouwen ter beschikking in het kader van de godsdienstvrijheid, men zorgde voor gemeenschapsruimten voor het ontmoeten en samenkomen van de etnische en religieuze groeperingen in het kader van het dichten van de kloof tussen het oude moederland en het nieuwe werkland.
Nee, Nederland werd nimmer hun vaderland, ze juichten als hun land scoorde met voetballen, ze toeterden en vlagden bij nationale overwinningen en prestaties en rouwden bij hun nationale rampen, negeerden de Nederlandse maatschappelijke levensverhoudingen, hielden krampachtig vast aan de oude tradities en familiebanden.
Zo ontstonden er woon, leef en werkgemeenschappen waarin nauwelijks enige Nederlandse invloed was waar te nemen, zelfs markten, winkelstraten en zelfs de buurtsupers werden meer een meer een afspiegeling van het oude vertrouwde thuisland, dan dat men zich inburgerde en aanpaste aan het nieuwe vaderland, want men erkende het nieuwe land niet.
Men zocht zijn heil in huwelijken met de mensen uit het oude thuisland, want die waren niet verwesterd, men ging langdurig op vakantie, lees terug naar het oude thuisland, om daar de familieleden en dorpelingen de ogen uit te steken met de verkregen welvaart, maar wensten niet de Nederlandse gewoonten, normen en waarden te accepteren of te intergreren.
Na verloop van tijd kwamen de éérste geestelijke leiders naar Nederland, niet de Imams die hier geboren waren of uit Suriname of onze voormalige van Indonesische afkomstige Islamitische landgenoten, maar geestelijke leiders uit het oude vertrouwde thuisland, die hen konden helpen de oude religieuze beleving en wetten te handhaven.
Zo kon het dus gebeuren dat in Nederland er hele gemeenschappen ontstonden die geen deel namen aan onze maatschappelijke en culturele beleving, maar een geheel eigen invulling gaven en geven aan hun aanwezigheid in dit land en zich met toestemming van de nationale overheid zich mochten overgeven aan de eigen tradities.
Hier gebeurt ineens iets geks, zelfs wetten en regels die in het eigen oude thuisland verboden zijn, of op zijn minst als achterhaald en achterlijk worden beschouwd, worden in Nederland ineens gekoesterd en gepraktiseerd.
Neem bijvoorbeeld de Burkha, de volle gelaatssluiers en de hoofddoeken als voorbeeld, die in de meeste thuislanden bij wet verboden zijn in openbare en publieke beroepen, of minstens niet gewenst zijn op scholen en universiteiten.
Men drukt meer en meer een stempel op de Nederlandse samenleving en klakkeloos en voetstoots accepteert onze overheid de aantasting van de Nederlandse identiteit en komen er steeds grotere en dominantere gebedshuizen en moskeen die puur bedoeld zijn om te laten zien, dat het Islam geloof stevig voet aan de grond heeft in Nederland.
Sluipend hebben wij de wetten van de Islam hun ingang zien nemen binnen onze oude en vertrouwde christelijke cultuur, want ineens is er volop publiekelijke beleving van de Ramadan, krijgen we te maken met het suikerfeest, dienen winkels goedgekeurde waren te verkopen, zien we meer en meer het uiterlijke vlagvertoon in de vorm van sluiers en hoofddoeken en roepen scrupuleuze Imams op tot heilige oorlogen of gewapend verzet.
Men mag straffeloos de Holocaust bagatelliseren en zelfs bespottelijk maken, terwijl als een Nederlander dit zou doen, deze onmiddellijk als fascist en racist zou worden veroordeeld.
Men mag straffeloos onze nationale dodenherdenking verstoren en kransen en bloemen als voetbal gebruiken, want dat is dan een cultureel en aanpassingsprobleem.
Men gaat zelfs zover de taal van de nieuwkomers als vak op de scholen te willen doceren, want daarmee zouden zij betere resultaten kunnen boeken, sterker men richt religieuze getinte scholen op, die zich zelfs openlijk tegen onze maatschappij richten.
Alles onder de mom van de eigen religieuze beleving en zich beroepende op ONZE grondwet, die zij dan meteen weer niet erkennen, als deze strijdig is met HUN beleving van door hun spirituele leiders opgedragen leef en omgangsvormen
Christelijke scholen worden gedwongen meer en meer gevarieerde leerlingen te accepteren, daar waar de Islamitische scholen voor westerse leerlingen ontoegankelijk zijn, vanwege de godsdienstige richting, de taal en het gevoerde leerlingen beleid.
Zo is de islamisering van Ollandistan tot grote hoogte gestegen, we hebben meer moskeeën dan geheel Europa, we hebben meer Islamitische scholen en onze overheden gaan door het stof voor iedere aanvraag en calamiteit vanuit de Islamitische hoek.
Onvrede, angst, woede en zelfs haat zijn het gevolg, want de Nederlanders voelen zich bedreigd en de nieuwkomers voelen zich gediscrimineerd en geïsoleerd, omdat zij geen wezenlijk deel uitmaken van de gemeenschap, waartoe dat in de toekomst zal gaan lijden, kunnen we uit onze geschiedenis boekjes halen, of we worden allemaal maar Islamiet.
Shalom, Salam, of vrede met u, maar of dat zal helpen, ik vrees van
niet