| Kent gij het land, der zee ontrukt Door d'arbeid van een voorgeslacht Dat nooit verwonnen heeft gebukt Of 't hief zich op met groter kracht? Dat land, bekend aan 't verste strand Is 't ons zo dierbaar Nederland Dat land, bekend aan 't verste strand Is 't ons zo dierbaar Nederland Kent gij het land, waar eer en trouw Bij vorst en volk een woonplaats vindt Waar eendracht steunt het staatsgebouw En liefde vorst en volk verbindt? Dat land, bekend aan 't verste strand Is 't ons zo dierbaar Nederland Dat land, bekend aan 't verste strand Is 't ons zo dierbaar Nederland |
Kent gij het land, dat overal |
Zo bezongen wij ooit ons vaderland, trots en toch zonder uitzonderlijke bravoure,
gewoon zoals het een Nederlander betaamde, klein plekje op de wereldkaart, maar
niettemin ook in de gehele wereld vermaard, we zijn nog steeds vermaard, vanwege
ons gedoog beleid, onze drugs en xtc.
Nee over die zaken zingen we niet, daarover zijn we niet trots en lopen we niet
met gezwollen borst, want Nederland is verpauperd en bekend vanwege zijn vreemde
beleid, nergens meer moskeen dan in dit brave land, nergens meer mensen op een
stukje grond, nergens meer nationaliteiten of entiteiten die naast elkaar leven.
We zijn geen saamhorig en eensgezind volk meer, we zingen niet meer over onze
daden die groots zijn, we hebben alleen nog een Piet Hein en die heet Donner
en dan slaat de schrik om het hart, want deze man is niet diegene die we voor
ons zien als we de naam Piet Hein horen, maar een grijze muis die in de wandelgangen
brult als een leeuw, alleen verdwijnt zijn gebrul als sneeuw voor de zon, want
hij fietst op zijn stalen ros, alleen lijkt hij meer op een toverkol uit een
vreemd bos.
Nederland bezongen door de eeuwen heen, jeugdliedjes die we leerden, waarin
we het vaderland eerden, niet als domme nationalisten, maar als trotse vaderlanders,
met de hand aan de ploeg, met een doortastend en doelgerichte aanpak.
We wonnen land uit zee, we verloren soms die strijd in een veldslag, maar we
vochten en bouwden aan het kleine landje daar aan de kust, we kenden vreemde
overheersingen, maar immer vocht deze kleine natie zich naar de vrijheid, alleen
dat is allemaal verleden tijd.
Nu is Nederland een verpauperde welvaartstaat, vol met vuil en rommel op straat,
vol met leeglopers en illegalen die geen belasting betalen, maar wel van alles
komen halen, vol met drugsbaronnen en lieden die zich illegaal verrijken, die
leven nu achter Neerlands dijken.
We zijn nu bezig met het leven van het ongeboren kind, of we nog wel willen
dat zwakbegaafden kinderen baren, nergens klinken de bezwaren, maar een deel
van het volk loopt wel te hoop, als men illegalen wil uitzetten die alle rechtmatige
en onrechtmatige middelen hebben geprobeerd en zijn uitgeprocedeerd, maar voor
het ongeboren kind dat men discrimineert, nee daar heeft de slinkse zaak niet
voor doorgeleerd.
Wie zien het graaien en het zichzelf verrijken aan gemeenschapsgelden of het
zichzelf ongekende loonsverhogingen toekennen, maar zie de staat rennen en roepen
om matiging als het om de man of vrouw gaat in de straat, wie kent hem niet
de vaders des vaderlands die opriep tot het stemmen met verstand, die bang was
voor een wat kale man, die Kok die zich ergerde aan het roven en graaien.
Diezelfde sociale voorman vind nu een stijging van maar 64% iets wat moet kunnen
en verdedigbaar is, diezelfde man die ineens dus kneedbaar is, de man die afgaf
op een populist, zit nu zelf in een financiële mist, kijk en dat is wat
de burger dus allang wist, ze roepen om matiging maar niet in ons belang, maar
hun eigen belang, want zakkenvullen met lullen dat is wat ze doen voor hun poen.
Niet regeren, niet besturen en beslissingen nemen, niet de dijken verhogen of
de kranen sluiten, niet de maatschappij beschermen tegen vreemde overheersing,
vooral lief zijn tegen de vreemdeling, vooral zorgen dat het hen aan niets ontbreekt,
want niet langer gaat het om de driekleur, Europa staat voor de deur.
Europa met zijn mooie banen, bestuurlijke functies, met zijn fraaie riante vergoedingen,
zijn commissies en vooral zijn springplanken naar het grote geld van de multinationale
spelers, dan is dat kleine land achter de duinen snel uitgeteld, eer en trouw,
zijn verouderde begrippen we gaan nu allemaal Europees verweesd voor de Europese
snippen.
Nederland verdeeld en allang geen staatstrouw of staatsgebouw van allure meer
aanwezig, slechts nog hijgende politici die roepen dat ze het in het Europese
kader beter gaan doen, dat we profijt hebben van de goedkope arbeidskrachten
uit het oosten, die straks nog verder onze eigen nationale trots komen verkrachten
en ons verachten, omdat we ons eigen zijn hebben laten verkwanselen.
Nederland, verweesd en verkwanseld, uitverkocht haar kroonjuwelen, weggeven
haar onschuld en kapot gemaakt haar blazoen van tolerante staat, want men vergat
de menselijke maat, men vergat dat een volk alleen een beperkte opname vermogen
had, men dacht alleen nog maar groot en maakte daarmee het kleine Nederland,
dat trotse fiere landje letterlijk dood.
Kijk maar met mij mee, wachtlijsten voor ziekenhuizen en de zorg, bejaarden
liggen in hun eigen vuil, pyjamadagen, mensen zijn gestresst, overspannen, kinderen
zijn onhandelbaar en crimineel, drugsproblemen, dichtgeslibde wegen, verpauperde
binnensteden, begrotingstekorten, staatsschulden, faillissementen, 100.000 werkelozen,
100.000 arbeidsongeschikten en zo kan ik nog wel even door gaan, dat is geen
landje meer waar het schoonst in het verschiet ligt.
Men zal u de oren dichttoeteren dat het allemaal wel meevalt, men zal u getallen
geven dat het ergste achter de rug is, men zal u aantonen dat er hier nog veel
meer mensen kunnen wonen, men zal u wijs maken dat het religieus allemaal wel
goed komt, men zal roepen dat Europa straks alles beter maakt en zo verdwijnt
een ooit trots landje stilletjes van de kaart.
Straks zal een vader aan zijn kinderen vragen Kent Gij het land Nederland en
zij zullen zich afvragen vader verloor zeker zijn verstand, want Nederland is
een stipje op de kaart van de Europese Unie, niet meer dan een lucht- en zeehaven
voor het transito verkeer van Europa, een vuilnisbelt van nationaliteiten, een
samenraapsel van rariteiten, nee zullen zij straks tegen vader zeggen, wij zijn
unionisten van de Europese Bond hou nou maar eens je seniele mond.
Dan weet vader het zeker, hij houd dan verstandig verder zijn mond, want wat
ooit trots een driekleur op alle wereldzeen had wapperen, dat trots en ongeknecht,
met de rug recht de hele wereld liet versteld staan, hield vanaf dat moment
op te bestaan, verkwanseld voor een top baan, uitgevent en cadeau gedaan, vader
weet het dan zeker Nederland heeft opgehouden te bestaan.