Naar overzicht columns 2004



Doden spreken niet meer

Op 4 mei is er een dodenherdenking, dan staan we allemaal weer stil bij de slachtoffers van een verderfelijk regime, dan denken we aan hen die nimmer terugkwamen van een ellendige reis, dan is Nederland even stil en in rouw.

Doden spreken niet, ze zwijgen, maar om ons heen zien we de haat weer opbloeien, nee dit keer niet van nationaal socialisten, niet van mannen en vrouwen in bruine hemden, niet gebaseerd op een raskenmerk, maar op basis van een religie en religieuze gronden.

Ooit keken velen de andere kant op, want de Jood was de moordenaar van Christus en zo kon een regime bijna straffeloos overal de joden verzamelen, transporteren en vernietigen, want ja de Joden waren de schuld van alle ellende, zij bezaten de macht en waren toch de bankiers en doordat niemand een daadkrachtig standpunt durfde in te nemen, bleef het bij wat verbale waarschuwingen en dreigementen.

Totdat de wereld in brand vloog en men zich te laat realiseerde dat de boel volledig escaleerde, ineens werden volkeren onder de voet gelopen, werden jonge mensen op slachtvelden als vee geslacht onder de op hol geslagen machine van de wereldoorlog.

Nee, het waren geen slagvelden, want er werd geen slag geleverd, mensen werden afgeslacht, gevangen genomen en als vee werden volkeren en volksdelen uitgemoord, de doden zwijgen in stille rijen, witte kruisen rij na rij, die oorlog is voorbij.

Na de verschrikkingen van die allesomvattende en vernietigende slachtpartijen zowel hier in het westen als in het verre oosten, bleek de dood in miljoenen te oogsten en de doden zwegen stil, want doden spreken niet meer, dat zijn nog slechts monumenten, of velden van eer.

Wie kent niet de verhalen van gevluchte families, uiteen gereten door het dolle geweld, wie kent niet de verschrikkingen waarin kinderen hun ouders hadden aangemeld, of waar mensen levens slechts nog in duizendtallen als lijken werden geteld, opgestapeld als menselijk wrakhout, want de waanzin van de haat kende geen respijt in die verschrikkelijke tijd.

Opnieuw staat de wereld aan de vooravond van een macabere strijd, opnieuw zie je de mechanismen van haat in deze nieuwe tijd, opnieuw zijn het de doden die zwijgend getuigen van de woorden die ze niet meer kunnen uitspreken, maar pas op je mag deze nieuwe doden niet vergelijken met die van toen, toch is de taal hetzelfde en de haat net als toen.

Opnieuw zegt men dat de andere mens minderwaardig is, dat zij minder zijn dan varkens, of dat zij honden zijn en onrein, opnieuw is de Jood ook hier weer een despoot en zijn wij ineens zijn handlangers, want op onze ongeloven staat ineens de dood.

Haatzaaiende oproepen, vreemde boeken, soms een kreet die men over straat hoort roepen, het klinkt anders, maar toch hetzelfde, mensen die anderen dingen toewensen, die menen superieur te zijn aan de ander, heilig is de strijd, eervol de dood.

Nu geen wereldslagvelden, met grote vloten, armada’s die uitvaren, geen imposante legers met vaandels en standaards, nu komt de dood sluipend en onverwacht als een dief in de nacht, nu zijn het geen grensoverschrijdende legers, maar anonieme mannen die zich opblazen, kleine cellen die met telefoons bellen en de explosieven vanaf een afstand activeren.
Opnieuw zal de wereld moeten leren dat vrijheid niet iets is dat je gratis en voor niets cadeau krijgt, opnieuw zullen we moeten leren en accepteren dat we worden belaagd, zonder dat het aan ons is gevraagd, wil men ons dwingen hun deuntje te zingen, het deuntje van de haat.

Laten we ons opnieuw in de val jagen, gaan we weer de fout maken door elkaar te haten en te wantrouwen, door om ons heen onneembare schijnveilige forten te bouwen die men dan omblaast of ons met chemische wapens van binnenuit aanvalt.

De doden spreken niet meer, ook niet deze keer, ze zwijgen want de doden zijn de enigen die gelijk krijgen, ze liggen daar in stille rijen, witte kruisen rij na rij, ze stierven in den vreemde voor de vrijheid van u en mij, alleen we hebben onze vrijheid en hun sterven niet beloond met te leren, dat alleen een strijdbaar volk, dat zich niet laat knechten en bereid is om te vechten, op kan komen voor zijn nationale rechten.

Doden spreken niet en zullen nooit spreken, zij die de kampen van toen hebben overleefd, zijn straks niet meer dan relikwieën uit een grijs verleden en wij zullen moeten leren dat de nieuwe tijd een nieuwe strijd heeft aangeleverd.

Een strijd tegen de aantasting van onze cultuur, een strijd tegen het fundamentalisme, een strijd tegen het fanatisme en een strijd tegen ons zelf, tegen onze eigen zelfvoldaanheid, tegen onze onbekwaamheid om met mensen te communiceren, want zo zijn wij dan als onze doden, we spreken niet meer, we hebben onze geschiedenis niet geleerd, we herdenken verkeerd.

Onze nieuwe doden zijn het slachtoffer van een nieuwe tijd en een nieuwe strijd, een strijd van de moderne tijd tegen de oudheid, een strijd van de verlichting tegen de behouding, een strijd van realisme tegen fanatisme, maar ook een strijd tegen volkerenhaat, een strijd tegen het universele kwaad, een strijd tegen de haat.

Haat is de voedingsbodem van alle kwaad, haat is datgene dat brand als vuur , haat is het verzengend gevoel waardoor de reden en het verstand worden bedwelmd, haat is de soldaat van het kwaad, haat is de voedingsbodem van alle ellende.

Wie verstandig is, zal op 4 mei zich realiseren dat de haat van toen ook vandaag kan regeren, zij die dat ervaren zullen beseffen dat de doden wel degelijk spreken en dat onze vrijheid duur is bevochten, maar tot op heden en in de verre toekomst steeds weer zal moeten worden verdedigd en veroverd, want vrijheid is geen cadeau, vrijheid kostte hen het leven om ons de vrijheid van keuzes te geven.

 


Terug naar boven

Webstats4U - Gratis web site statistieken Eigen homepage website teller Webstats4U - Gratis web site statistieken Eigen homepage website teller Webstats4U - Gratis web site statistieken Eigen homepage website teller