Wie de laatste tijd de media en diverse websites volgt kan zich niet aan het gevoel ontrekken getuige te zijn van een derde rangs B film of serie met in de hoofdrol de LPF, waarbij er situaties ontstaan en mensen aan het woord komen, waarvan je je afvraagt, waar heeft Pim Fortuyn dit aan verdiend.
Enerzijds zal PF zich een kriek lachen om het gestuntel van bepaalde lieden, die menen uit zijn naam te moeten oreren, wat in feite meer lijkt op oraal onaneren, want wat eruit komt lijkt nergens meer op, behalve dat het woorden zijn en kreten zoals fortuynisme, fortuynlijk en in de geest van, of PIM zou dit wel/niet gewenst hebben, maar wat in zijn geheel niets, maar dan ook niets meer met de idealen, ideeën of levensvisie van de heer Fortuyn te maken heeft.
Anderzijds zal PF zich dood ergeren aan de middelmatigheid, kneuterigheid, achterbaksheid en vooral de besluitenloosheid van lieden die menen zijn werk te moeten voortzetten uit zijn naam en te pas en te onpas roepen dat zij uit zijn naam en in zijn geest handelen, wat dan meer een aanfluiting dan een eer voor Pim is en hem het plaatsvervangende schaamterood op de kaken zal hebben gebracht en zeker een woede uitbarsting bij hem zou hebben veroorzaakt.
Oprichters werden op non-actief gesteld en wachten nu nog op het beloofde bosje bloemen, welke ome Matje persoonlijk zou komen brengen, maar waarschijnlijk vanwege de tijdnood nimmer meer aan toe is gekomen.
Regiocoördinatoren die vanaf dag één samen met PIM de partij landelijk op de kaart hadden gezet, werden stuk voor stuk beschadigd, gemanoeuvreerd of op non actief gezet en uiteindelijk vervangen door vazallen van de op het dat moment regerende en zittende bestuur.
Mensen die door de media beschadigd waren, kregen te horen dat als ze onschuldig bleken te zijn, zij in ere zouden worden hersteld en alle steun zouden krijgen, ze wachten nu nog op een waarachtig eerherstel, het enige wat sommige kregen waren wat afgekloven botten, een soort van schaamlap om de schuld van de vereniging mee af te dekken.
Bestuurders lapten de wetten van de democratie en de partijregels naar eigen goedvinden aan hun laars, zij waren oppermachtig en maakten misbruik van de merchandising, lees uitverkoop van de good-will, voor eigen gewin, eer en glorie, de leden waren slechts bijzaak.
Leden werden vanaf dag één gemanipuleerd door kwaadwillende lieden, die wel opriepen tot éénheid, éénheid en nog eens eenheid, maar die zelf bezig waren met het naar voren schuiven van hun eigen kandidaten of hun positie waren aan het versterken, waarbij zelfs de rechter tot een onrechtmatige ALV kwam en men het manipuleren nog eens dunnetjes overdeed en de aangevers in de ban deed, zij werden meteen geroyeerd.
Trouwens royeren was al een aardig speeltje in de handen van deze machthebbers, want Wijnschenk maakte eerst gebruik van de teksten van Jurien Boiten om vervolgens schaamteloos te melden aan de media, dat hij hem niet kon, om vervolgens zijn royement te eisen, zo werden ook Cor Eberhard, Winny de Jong vakkundig op een zijspoor gezet en daar kwam geen lid aan te pas en als klap op de vuurpijl blies men de gehele fractie en het kabinet op, met dank aan Heinsbroek en zijn maatje Wijnschenk die samen een te grote broek hadden aangetrokken.
Bepaald lieden liepen het partijbureau plat om hun diensten aan te beiden, zij verrichten allerhande hand- en spandiensten en waren aanwezig op ieder feestje dat terecht of onterecht voor genodigden werd gevierd en waren niet te beroerd dossiers samen te stellen over volgens hen vermeende subversieve elementen in de partij, die dan ook prompt werden geroyeerd of dermate beschadigd dat men zich terugtrok uit de partij, de weg vrij makend voor deze “loyale” helpers, die vanuit het niets zich naar de top werkten, waarbij zij gaarne verregaande lipdiensten bewezen aan de zittende heren.
Verkiezingscampagnes werden doorkruist door roddel, achterklap, schofferen van campagneteams en zelfs door regelrechte sabotage, maar alles uit naam van en voor de nagedachtenis van PIM en democratisch gekozen besturen die te kritisch of lastig werden, werden zonder vorm van proces opzij gezet en vervangen voor vazallen van het politbureau als AI bestuur, altijd tijdelijk en in het belang van de goede zaak, om van gemanipuleerde en voorgekookte kieslijsten maar niet te spreken.
Gekozen statenleden werd het werken onmogelijk gemaakt, omdat men de loyale ondersteuningsteams van hen op een zijspoor hadden gezet of de statenleden zelfs royeerden vanwege de ongewenste kritische houding, want kritiek maakt het bestuur schijnbaar ziek.
Idem voor gekozen HB bestuursleden, die door hun collega’s werden afgezet, zonder enige inspraak van de leden, die hen wel gekozen hadden, gekker kon niet dachten we toen, mis dus.
Een wetenschappelijk bureau wordt bemand door een professor die niets met Pim Fortuyn en zijn idealen op heeft en produceert dus ook niets van enig fortuynistisch belang, maar is wel prominent present op linkse bijeenkomsten en in het circuit van alles waar PIM tegen was.
De leegloop binnen de partij werd gemaskeerd door wollige kreten, dat men de ware en echte fortuynisten dan overhield, waarna er vrolijk doorgegaan werd met geld uitgeven, onkosten vergoeden en onzin uitkramen, maar dat mocht de pret niet drukken, want alles zou straks goed komen, als alle ongewenste elementen maar eenmaal vertrokken zouden zijn en de enige echte overbleven partijadepten samen de victorie zouden behalen met wel één zetel.
Het laatste gedeelte lijkt meer op een Grieks melodrama dan op een nuchtere Hollandse partij die er voor de burgers zou zijn, een bestuur dat een faillissement ging aanvragen en daarna zijn mandaat neerlegde, waarna de resterende bestuursleden het wegstuurde HBlid weer binnenhaalde, die nogal wat financiële perikelen en losse handen scheen te hebben.
Vervolgens treed een nieuwe voorzitter in het strijdperk, die de fractie en de media zeer adequaat en deskundig kapittelt, om vervolgens te constateren dat de fractie onrechtmatig bezig is en de partij nu eindelijk verlost is van 8 te kritische leden, zodat nu niets meer het succes in de weg zal staan, want schijnbaar zijn de schulden als sneeuw voor de zon ook verdwenen en zouden alle leden weer massaal toetreden en de provincies hen door dik en dun steuen.
Tenslotte eindigt het melodrama met een afscheiding van 8 kamerleden die zonder partij verder gaan en hopen dat de weggelopen leden, de geschoffeerde leden, de geroyeerde leden en de afgescheiden leden zich allemaal broederlijk onder hun parapluie komen verzamelen.
De LPF op weg naar het bittere einde of gelooft er nog iemand in een revival,
want waar is het elan, de strijdlust, de betrokkenheid met burgers en kiezers,
de inzet, compassie gebleven, het bleek een stro vuur en het duurde maar even,
toch zal PIM in vele harten blijven bestaan en zal er ooit een partij komen
die wel duidelijk is in haar keuzes en haar strijd tegen het wanbeleid.