We leven in een klein en overvol land, maar wat eens een toonbeeld van gemoedelijke
gezapigheid was, is verworden tot een land met harde tegenstellingen.
Wat eens een land was van samenleven van Humanisten, Katholieken, Protestanten,
Joden en vrijdenkers, is verworden tot een land van fatwa’s en onverdraagzaamheid.
Nederland ooit het toonbeeld van tolerantie, van naast en met elkaar leven, waar Joden hun sabbat hielden, waar katholieken hun heiligen vereerden en waar protestanten zondags naar hun kerken togen en waar de humanisten zich bezig hielden met de waardigheid van de mens, daar is ineens een cultuur binnen gekomen die respect wil afdwingen, die eisen stelt aan de samenleving en hun wetten wil laten prevaleren boven die van de staat en de samenleving.
Wie kent niet de spot en humor, van joden moppen over Sam en Moos, of de parodies
op de Paus? Wie kent niet de spreuk een jodenstreek of een gereformeerde streek?
Het kon allemaal zonder bloedvergieten, het kon allemaal zonder angst voor je
leven te hoeven vrezen.
Ooit was er een spreekwoord twee geloven op een kussen, daar ligt de duivel
tussen: zo trouwde een katholiek niet met een hervormde of protestant.
Zo was dat in dit land, men ging naar gescheiden scholen, het bijzonder onderwijs
of naar de openbare of montessori en zo leefden de groepen minzaam naast en
met elkaar.
We werden geregeerd door de socialisten, of de Christenen en de Liberalen deden
dapper mee en we waren als volk redelijk te vree.
Oh het was allemaal niet zo maar vanzelf vreedzaam geworden.
Ooit kenden we maar één dominant geloof de Katholieke met haar
Inquisitie en was kerk en staat niet gescheiden, maar door de hervormingen van
Swingley, Luther en Calvijn en na de beeldenstorm en een roerige tijd, kwam
onze natie in rustiger vaarwater en ontwikkelde zich tot een Joods, christelijk
en liberaal land, waarin mensen van alle gezindten een veilige haven vonden.
We hebben na een eeuwenlange strijd, elkander in harmonie gevonden, we hebben onze religieuze of juist niet-religieuze zaken netjes met elkaar opgelost en zo kon Nederland uitgroeien tot een land met vele culturen die elkander aanvulden en respecteerden en men leverde goed opgeleiden en geleerden van diverse pluimage als een hommage aan de democratie en scheiding van kerk en staat.
Maar sinds een paar decennia loopt het faliekant mis, Nederland is veranderd, verhard en onverdraagzaam geworden. Nieuwe bevolkingsgroepen kwamen massaal het land binnenstromen, zij kwamen hier werken en wonen, sommigen op de vlucht, maar de meesten voor een beter betaalde baan dan waar ze kwamen vandaan.
Men integreerde niet, men deed geen moeite om de taal te beheersen en men deed niet mee aan het maatschappelijke en culturele leven: men richtte de schotels op de zenders van het oude thuisland, men las liever een oude krant uit het thuisland dan het nieuws in het nieuwe land. Men voelde zich meer Turk en Marokkaan, want daar kwamen ze vandaan, dan dat men zich conformeerde aan het nieuwe bestaan.
Kinderen groeiden op in een gespleten systeem, thuis was men Marokkaan of Turk
, op school was men ineens Nederlander maar dan wel allochtoon, maar men werd
opgevoed naar traditioneel gebruik en zo liep de nieuwe generatie tegen een
muur: ze waren hom noch kuit en voor we het wisten liep het de spuigaten uit.
Onaangepast gedrag, want men kon niet omgaan met de liberale christelijke cultuur,
vrouwen emancipatie was hen onbekend want religieus en opvoedkundig waren ze
totaal anders gewend.
Woonwijken werden getto’s voor kansarmen, kerk en staat konden zijn niet
scheiden, zo was onverdraagzaamheid en tegenslag niet te vermijden.
Spot en humor werden gezien als blasfemie, erger en sterker nog men vond een doodvonnis voor het bespotten van een profeet niet slechts een theoretische kreet, maar een verplichte daad vanwege smaad en men voerde het vonnis uit en zo verdween de tolerantie in onze samenleving en maakte plaats voor haat en onbegrip, alleen de politici van dit land regeerden als een blinde kip.
Men gaf meer en meer toe, men juichte de bouw van moskeeën met dominante minaretten toe als een verrijking voor het grauwe polderlandschap, men vond het geen bezwaar als vrouwen zich hulden in alles bedekkende en verbergende sluiers, men lichte de hand met vestigings- en huisvestingswetten en zo droeg de overheid dubbele petten, één voor de allochtonen en één voor de autochtonen die hier al eeuwenlang wonen.
De dominantie religie van de nieuwkomers kent straffen en gebruiken die de
oude Inquisitie doen verbleken, men erkent niet de scheiding van Kerk en Staat,
want hun religie vereist dat hun geloof boven alles gaat.
Zij hebben geen reformatie meegemaakt, zij erkennen dus niet dat onze staatskundige
wetten boven die van hun profeet staat. Zo ontstond er een religieuze staat
binnen de Nederlandse staat, met leiders die vrouwelijke ministers schofferen
en hun jeugd en gelovigen bezweren om vooral maar niet de westerse verdorven
gebruiken te leren.
Men spreekt over respect, dat wij respect voor hun religie moeten hebben, terwijl ze alles wat met het christendom en liberalisme te maken hebben afwijzen, men spreekt over respect en acceptatie terwijl men graven en herdenkingen van gevallenen onteert. Men eist, men verordonneert dat wij op straffe van woede uitbarstingen en zelfs moord ons onthouden van religieuze humor en cartoons. Wij worden uitgemaakt voor kafir’s en honden, ze noemen vrouwen die zich westers kleden hoeren, zo willen ze alle vrijheden en verworvenheden de mond snoeren.
Soms zijn mensen extreem, soms is een religie een gevaarlijk probleem, maar
religieus fanatisme lijdt onherroepelijk tot extremisme en dat is dan weer waarom
een samenleving zich afkeert tegen dit religieuze fanatisme.
Wij als samenleving hebben eeuwenlang gestreden voor een liberaal, sociaal en
op christelijk humanistische grondslag gebaseerde samenleving en worden ineens
geconfronteerd met mensen die de middeleeuwen niet zijn ontgroeid en zo zichzelf
en hun omgeving in het verleden hebben geboeid.
Men heeft het over een vredelievend geloof, maar waar ik ook kijk of lees, overal waar deze religie de dienst uitmaakt worden mensen wreed onderdrukt, pleegt men aanslagen op markten, kerken en moskeeën, bestrijdt men elkaar op beestachtige wijze en dan wil men ons op onze fouten wijzen.
Zo zag ik mijn vaderland veranderen in een samenleving waar haat en achterdocht de plaats heeft ingenomen van tolerantie en begrip, zo zag ik wijken verloederen, steden verpauperen en mensen deze plekken ontvluchten, omdat ze teveel intimidatie hadden te duchten, zo stierven er mensen als leraren en Theo van Gogh, maar ook gewone knapen die hen over hun wangedrag aanspraken.
Ik heb niets tegen mensen, ik zie geen verschil in een moeder hier of in India of Afrika, maar ik heb wel wat tegen religieus extremisme, tegen dat blinde fanatisme, dat lijkt mij iets teveel op religieus fascisme, maar dat zal wel weer stigmatiserend zijn, zo houdt men dan het eigen volk klein en daarin zit dan ook meteen het venijn.