Een verzamelaar kan bijvoorbeeld geïnteresseerd zijn in de Great Western Railway, waarvan vele modellen bestaan op 00-schaal. Een verzameling GWR-modellen, opgebouwd in de afgelopen twintig jaar, zal een uitgebreid, fraai miniatuur-museum zijn van de geschiedenis van de stoomaandrijving, aangezien het één maatschappij betreft.
Beginnend met de Dean eenwieler en de Dean Goods uit het laatste decennium van de vorige eeuw, vervolgens de eerste Churchward Prairies en Moguls uit begin 1900, de verschillende 4-4-0- en 4-6-0-klas-sen, doorgaand met de Castles en Kings, en eindigend met de aangepaste Halls uit de naoorlogse jaren - ziehier een complete reeks stoomlocs. Iets minder verder teruggaan is ook mogelijk, naar het tijdperk van de BR met de opvallende diesel-hydraulische locs van Western Region bijvoorbeeld, met de Sir Edward Elgar (Klasse 50) en de Isambard Kingdom Brunei (Klasse 47), die zijn afgewerkt in de grootse stijl van de Great Western Railway uit de jaren tachtig. Dit is dan wel een verzameling die alleen uit locs bestaat. Voeg hier nog bijpassende rijtuigen en goederenwagons aan toe, plus nog enkele wegvoertuigen van de GWR, en een schitterende verzameling is het resultaat.
Het GWR-thema is slechts één voorbeeld. Het idee kan overal, op
elke schaal, en met betrekking tot elke periode worden uitgevoerd. Een paar
vergelijkbare thema's zouden kunnen zijn: de Beierse Staatsspoorwegen, de Deutsche
Reichsbahn 1920-1949, Deutsche Reichsbahn tot heden, de Britse 'Big Four' maatschappijen,
een grote Amerikaanse maatschappij zoals Baltimore en Ohio, Santa Fe, Burlington
Northern, Southern Pacific - de lijst van suggesties kan eindeloos worden uitgebreid.
De hier genoemde maatschappijen hebben echter één ding gemeen:
het zijn allemaal zeer populaire en bekende maatschappijen waar veel modellen
en bouwpakketten van verkrijgbaar zijn. Een verzamelaar met een gemiddeld inkomen
en dito constructie-vaardigheid doet er verstandig aan zich tot dergelijke bekende
thema's te beperken, simpelweg omdat er zo veel in te verzamelen valt en omdat
er veel referentiemateriaal over te vinden is dat inspirerend kan werken. Een
wat onbekender thema zoals bijvoorbeeld de Noorse Spoorwegen is moeilijker,
maar blijft mogelijk.
Hetzelfde geldt voor enkele oude Britse lijnen. Er zijn maar weinig modellen
gefabriceerd van de populaire treinen van de kleine regionale 'boemeltreintjes'
die tot 1923 in Groot-Brittannië reden (in dat jaar vonden grote fusies
plaats binnen de Britse Spoorwegen), en zelfs de verzameling bouwpakketten is
beperkt. Het aanleggen van een voorbeeldige modelbaan met dit onderwerp is dus
niet eenvoudig.
Een liefhebber van onderbelichte periodes of maatschappijen zou zich met de
paar pakketten die er zijn moeten redden en de rest zelf bij elkaar zien te
scharrelen en in elkaar zetten - enige handigheid op dit gebied is dus zeker
een vereiste.
Het alternatief is om het in elkaar zetten en beschilderen van dergelijke modellen
uit te besteden, maar dat is niet goedkoop.
Veel modelbouwers hebben echter hele verzamelingen opgebouwd van mogelijk nog
zeldzamere maatschappijen, zoals bijvoorbeeld de North Staffordshire Railway,
de London North Western Railway, en de eerste maatschappijen uit 1840. Vrijwel
alle modellen uit deze verzamelingen zijn met de hand gemaakt en beschilderd.
Heel weinig van deze modellen kunnen kant en klaar worden gekocht en zelfs bouwpakketten
zijn zeldzaam. Een ervaren modelbouwer die bereid is veel tijd te steken in
een zeldzame of niet voor de hand liggende verzameling, zal ongetwijfeld veel
eer van zijn werk hebben.
Trein is van Märklin HO schaal en de figuurtjes zijn van de Preisserreeks